Nederlands English

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vraag in VEB / Deloitte zaak: sterkere positie benadeelden

Op 28 maart 2014 heeft de Hoge Raad een prejudiciële vraag beantwoord in een zaak tussen de VEB en accountantskantoor Deloitte. Deze zaak houdt verband met het boekhoudschandaal bij Ahold-dochter US Foodservice. Deloitte was de accountant die destijds de jaarrekeningen van Ahold heeft gecontroleerd. De VEB is van mening dat de goedkeurende verklaring van Deloitte voldoende grondslag mist, waardoor beleggers schade hebben geleden. Kort gezegd, was de vraag die voorlag of een belangenorganisatie (een stichting of vereniging, zoals de VEB, die gelijksoortige belangen van andere partijen behartigt) de verjaring van een vordering tot schadevergoeding van partijen wiens belangen zij behartigt, kan stuiten.
 
Schadevergoeding en belangenorganisatie
In principe kan een belangenorganisatie iedere vordering instellen, zolang de bij de vordering betrokken belangen zich maar voor bundeling lenen (denk aan een vordering tot nakoming, verklaring voor recht, bevel of verbod etc.). Op grond van artikel 3:305a BW kan een belangenorganisatie géén vordering tot schadevergoeding in geld instellen. Dergelijke vorderingen kunnen alleen door de individuele partijen die schade hebben geleden worden ingesteld. De reden daarvoor is dat de wetgever juridische complicaties voorzag voor een collectieve schadevergoedingsactie ingesteld door een belangenorganisatie.
 
Stuiting van de verjaring door belangenorganisatie
Een belangenorganisatie kan tevens de verjaring van een rechtsvordering stuiten. De vraag kan dan gesteld worden of zij ook de verjaring kan stuiten van een rechtsvordering die zij zelf niet kan instellen, namelijk een vordering tot schadevergoeding in geld.
 
De Hoge Raad beantwoordt deze vraag positief. De Hoge Raad overweegt dat de juridische complicaties voor het instellen van een collectieve schadevergoedingsactie door een belangenorganisatie niet spelen bij een collectieve stuitingsactie. Derhalve kan een belangenorganisatie de verjaring van een schadevergoedingsactie van een partij van wie zij de belangen behartigt stuiten door middel van (i) het starten van een procedure op grond van artikel 3:305a BW en/of (ii) het namens de belanghebbenden in gebreke stellen van de schuldenaar of het doen van een (andere) stuitingshandeling.
 
Sterkere positie van benadeelde
Door dit arrest van de Hoge Raad is de positie van een benadeelde sterker geworden. De benadeelde hoeft namelijk niet langer zelf de verjaringstermijn in de gaten te houden zolang een belangenorganisatie bezig is met een collectieve actie. Daarmee kan ook de verjaringstermijn van ‘slapende’ benadeelden – die überhaupt niet wisten dat ze een vordering hadden – worden gestuit. Overigens kan het ook in het belang van de schuldenaar zijn als vorderingen collectief worden gestuit; het kan zeer belastend zijn voor een schuldenaar als zij de stuiting van enkele duizenden benadeelden moet administreren en daarop moet reageren.
 
Niet élke actie slaagt
Overigens slaagt niet élke actie van een belangenbehartiger zomaar, zoals onlangs maar weer eens bleek uit een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2014:818). De doelomschrijving in de statuten van de belangenorganisatie moet namelijk wel zien op de te behartigen belangen. Daarnaast moet de belangenorganisatie ook daadwerkelijk activiteiten ontplooien om die belangen te behartigen. In de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam ging het om de vraag of de statutaire doelstelling “het oplossen van macro-economische vraagstukken” voldeed aan het eerste vereiste. De Rechtbank Amsterdam oordeelde dat deze omschrijving te abstract was geformuleerd en dat daarom daaruit niet kan volgen dat de belangenorganisatie op basis van haar statuten bepaalde belangen behartigt. Daarnaast was niet voldoende komen vast te staan dat de stichting ook daadwerkelijk activiteiten heeft ontplooid om de belangen van bepaalde gedupeerde te behartigen. Bovendien had de belangenorganisatie onder andere een vordering ingesteld die ziet op schadevergoeding te voldoen in geld. Zoals hiervoor beschreven, kan een dergelijke vordering juist niet door een belangenorganisatie worden ingesteld. De belangenorganisatie werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard.
 
Indien u vragen heeft naar aanleiding van deze publicatie, dan kunt u contact opnemen met Jaap Kuster. Lees het volledige arrest van de Hoge Raad op www.rechtspraak.nl (ECLI:NL:HR:2014:766).